MODES. 77
sels ― en ook, voor zeer warme dagen, van zwarte tulle, ge- heel overdekt met eenige rijen kant van afnemende breedte.
De breedste kant omgeeft den talma; de andere, telkens in breedte afnemende, bedekken hem tot aan den hals; een zeer luchtig passementwerk of wel een zeer smal geplooid kantje dekt al de naden van het aanzetsel der kant op het onderstuk van zwarte tulle. Deze tulle neme men liefst gewerkt: zij is steviger, dikker en smelt beter ineen met de kant dan effen tulle.
De kant moet derwijze opgezet worden, dat men op de lengte van een Nederl. el aan kant gebruikt één el vijf en zeventig duim.
Wat betreft de Zwitsersche ceintures, haar naam is légio. Men maakt ze van allerlei fatsoen, allerlei kleuren, allerlei stof; men draagt ze op het lijf eener hooge japon, op een hoog wit geplooid lijf, dat gebruikt wordt bij alle lichtkleurige rokken. Deze mode is vooral gezocht voor jonge vrouwen, jonge meisjes, kleine meisjes van elken leeftijd: voor dames boven de veertig jaren past zij niet. Dit toilet-artikel is gemakkelijk en zuinig, want het geeft gelegenheid om tamelijk oude rokken nog te be-nuttigen. Gebruikt men zwart taf met zwarte linten, dan dient zulk eene ceinture bij elke japon; maar sierlijker is het ze te doen overeenkomen met de stof der japon, en ze rose, blaauw of lila te maken, al naar de kleur van het patroon.
In de zomerstoffen, die doorzigtige, diaphane weefsels, hebben de fransche farbieken ditmaal weder uitgemunt zoo door goed gekozen kleuren als door keur van patronen. Hier ziet men groote bouquets van Oostersche bloemen; daar eenvoudige veldbloemen, als ’t ware zaamgevlochten en verbonden door tallooze, schier on-zigtbare takjes; elders eene nabootsing van zwart kanten strikken en lussen op lichten achtergrond, of wel allerlei grillige figuren, Turksche vormen, hieroglyphen, in één woord de bekoorlijkste verscheidenheid, die letterlijk aan ieders smaak voldoening belooft.
Wij maken hier met een paar woorden ook gewag van het toenemend succes der zomergordijen (perses of cretonnes) met rococo-patroon; op buitenplaatsen ziet men ze overal; ook gebruikt men ze om de wit houten stoelen te bekleeden, die, als style LOUIS XV bekend, thans veel tot zomer-ameuble-ment gebruikt worden.