middensten der 5 kettingsteken van den vorigen toer 1 stokje; 3 kettingsteken, in den vierden steek gestoken 5 stok-jes *; herhaal van * tot * den gehee- len toer.
25ste toer. 3 kettingsteken, in den derden steek gestoken 3 stokjes; * 3 kettingsteken, in den vierden steek ge-stoken 3 stokjes *; herhaal van * tot * den geheelen toer.
26ste toer. 3 kettingsteken, in den derden steek gestoken 5 stokjes; * 3 kettingsteken, in den vierden steek ge-stoken 1 stokje; 3 kettingsteken, in den vierden steek gestoken 5 stokjes *; her-haal van * tot * den geheelen toer.
27ste toer. 5 kettingsteken, in den derden steek gestoken * 3 stokjes; 1 kettingsteek, in den tweeden steek ge-stoken 3 stokjes; 5 kettingsteken, in den zesden steek gestoken *; herhaal van * tot * den geheelen toer.
28ste toer. 3 kettingsteken, in den derden steek gestoken 1 stokje (dus op den middensten van de 5 kettingsteken van den vorigen toer); * 3 kettingste-ken, in den vierden steek gestoken 5 stokjes; 3 kettingsteken, in den vier-den steek gestoken 1 stokje *; herhaal van * tot * den geheelen toer
29ste toer. 3 kettingsteken, in den derden steek gestoken 3 stokjes; * 3 kettingsteken, in den vierden steek ge-stoken 3 stokjes *; herhaal van * tot * den geheelen toer.
30ste toer. 3 kettingsteken, in den derden steek gestoken 5 stokjes; * 3
kettingsteken, in den vierden steek ge-stoken 1 stokje; 3 kettingsteken, in den vierden steek gestoken 5 stokjes *; herhaal van * tot * den geheelen toer.
31ste toer. Stokjes.
32ste toer. 2 kettingsteken, in den derden steek gestoken 2 stokjes met 2 maal omslaan.
33ste toer. Stokjes.
34ste toer. 5 kettingsteken, in den vijfden steek gestoken 1 vaste steek.
35ste toer. 1 vaste steek op den middensten der 5 kettingsteken van den vorigen toer; * 5 kettingsteken, in den zesden steek gestoken 1 vaste steek *; herhaal van * tot * den geheelen toer.
Nu nog 26 toeren zooals de 35ste; maar bij den laatsten daarvan werkt men, in plaats van 5 kettingsteken, 7 kettingsteken, in den zesden steek 1 vaste steek.
Het opmaken van den zak geschiedt als volgt: men omwoelt de balein met fijn wit band, rijgt haar door den 32sten toer (zijnde de toer stokjes met 2 maal omslaan), 2 stokjes opnemende en 2 latende liggen, en hecht haar zoodanig, dat de zak een ronden vorm verkrijgt.
Van onderen wordt er een wit ka-toenen kwast aan gezet; van boven rijgt men de koorden door den laatst gewerk-ten toer. Om den zak digt te kunnen halen en het aanhechtsel der einden koord te bedekken, naait men er een kwast aan.
Des verkiezende kan de zak worden gevoerd.
74 HANDWERKEN EN MODES.