De Gracieuse 1863 | Page 338

hebben daarentegen regte einden. De rug van het vest en die van het jaquette worden beiden naar fig. 3 geknipt; evenwel moet die van het vest van on-deren 2½ Ned. duim langer zijn, daar de naad onder den arm aan het voor-stuk van het vest passen moet. Men naait de voorstukken en den rug van het vest van c tot d, en de voorstuk- ken en den rug van het jaquette even-eens van c tot d, elk afzonderlijk, aan elkander; daarna worden de schouder-naden van het vest en van het jaquette van a tot b als één naad genaaid.

Het vest wordt van voren door ha-ken en oogen digt gemaakt, zooals fig. 1 aanwijst; de voorstukken worden rondom met een regt randje soutache omgeven, en op het linker-voorstuk worden 5 zwarte knoopen geplaatst.

Dezelfde soort van knoopen wordt aan de banden van het jaquette gezet, om dit te doen sluiten. Het wordt ver-volgens geheel met een smallen rand van zwart soutache gegarneerd, en van onderen van eene geplooide ruche van paar piqué voorzien, waardoor het zijne lengte verkijgt. — De ruches voor deze jurk worden van onderen met zwart soutache versierd en met stolp-plooijen van ½ Ned. duim breed aange-plooid.

De beide gedeelten der mouw worden volgens fig. 4 en 5 geknipt, en van g tot j en van h tot k aan elkander gezet. De revers, naar fig. 6 vervaardigd, wor-den, zooals fig. 9 voorstelt, van boven en op zijde met een soutache randje ge-garneerd; terwijl ook van voren in den

hoek eene soutache figuur is aangebragt. Eene ruche van anderhalf Ned. duim breed en uit paars piqué bestaande, omgeeft den revers, die van onderen aan de mouw van j tot k verbonden wordt; dan wordt de revers omgesla-gen, zoodat × aan × komt, en wordt hij rondom op de mouw vastgenaaid. Bij het inzetten der mouw in het armsgat worden van onderen aan de mouw, waar × aan · komt, 2 plooijen gelegd; g van de mouw moet aan g van het arms-gat van het voorstuk van het jaquette genaaid worden. Het kraagje, waarvan fig. 8 de helft voorstelt, wordt van wit piqué geknipt en is ook van een rand van zwart soutache en van eene ruche van paars piqué voorzien. Het wordt e aan e aan de uitsnijding van den hals genaaid, waarbij men tevens den hals van het jaquette met het vest verbindt. De rok is 2 Ned. el wijd en 35 Ned. duim lang, de zoom ongeveer 5 Ned. duim breed. Van boven wordt hij met 10 stolpplooijen aangezet, van welke de 4 voorste slippen hebben, die volgens fig. 7 geknipt zijn. Deze slippen, van paars piqué vervaardigd, worden rondom met soutache gegarneerd, en hebben van onderen 2 op elkander liggende ruches, die aan beide zijden een weinig worden afgerond; de bovenste wordt 1½, de on-derste 3½ Ned duim breed genomen. Aan weêrszijden wordt de rok van vo-ren over eene wijdte van 10 Ned. duim aan een smallen band gezet, en digt ge-maakt; terwijl men hem verder zonder band aan het vest naait. Het split is van voren.

70 HANDWERKEN EN MODES.