Daar bij de tegenwoordige Jacquettes, geborduurde chemisettes en mouwen zeer in den smaak zijn, zullen wij een paar modellen geven, die thans het meest gewild zullen zijn.
Deze chemisette is van neteldoek, wordt van achteren door een paar knoop-jes vastgemaakt, en heeft van voren eene breede geborduurde entredeux, die aan beide zijden van een smal strookje voorzien is; aan elke zijde hiervan zijn twee bouillons, alsook nog eene
Is de afbeelding van eene neteldoeksche chemisette met eenen dubbelen kraag, en van voren van eene strik voorzien.
De chemisette is van voren geborduurd; de eerste of onderste kraag heeft het fatsoen matelot, is geheel glad en rondom met een smal fluweelen lintje om-zet; de tweede kraag heeft een ronden vorm, met 3 of 4 smalle fluweelen lintjes opgenaaid en van een smal kantje om-geven, dat er met zeer weinig ruimte wordt aangezet. Op dezelfde wijze als
smalle geborduurde entredeux; de bouil-lons worden 1½ maal de lengte van de chemisette genomen. De mouw heeft van onderen vier bouillons en vier smalle en-tredeux, en is van onderen van een smal ruim geborduurd neêrhangend strookje voorzien, waarvoor men 1½ maal de wijdte van de mouw van onderen neemt; de chemisette heeft van boven aan den hals eene ruime strook, die zich als een opstaanden kraag voordoet.
de tweede kraag wordt ook de strik ge-garneerd.
De mouw is wijd en heeft een breed handboord, dat van boven met eenen punt loopt; dit boord wordt, even als de kraag, met fluweel gegarneerd; het laagste lintje moet tevens het aanzetten van de mouw aan het boord bedekken. De witte strik met zwart fluweel ge-garneerd is even als van de kraag de eenige versiering; deze strik wordt aan den punt van het boord gehecht.
26 HANDWERKEN EN MODES.
CHEMISETTE MET MOUWEN.
Plaat XXXV. Fig. 9.
CHEMISETTE EN MOUW.
Plaat XXXV. Fig. 10 en 11.