MODES.
’t Is maar ter naauwernood dat wij al spreken kunnen over de voorjaars-modes; het zachte weder geeft er evenwel eenige aanleiding toe en ook zijn in de voornaamste winkels de stalen reeds voorhanden van nieuwe lakens voor bovenkleeding, nieuwe zijden stoffen en gedrukte katoenen.
Onder de lakensoorten zijn vele gespikkeld, andere geribt; de grootste nouveauté is het zoogenaamde “diagonaalla- ken,” hebbende het weefsel daarvan veel overeenkomst met fransch merinos: men zegt dat dit veel zal gedragen worden. Onder het gespikkelde laken zagen wij stukken met chenille moezen of stippen.
De zijden stoffen zijn meestal gestreept, de grondkleur is ligt en de strepen zijn donker, maar van eene zelfde nuance. Ook zagen wij moiré antique met chiné bloemen – eene nou-veauté die wij niet bijzonder kunnen aanprijzen daar zij wel wat ten koste is van den goeden smaak.
In de gedrukte katoenen zijn allerliefste patronen te ver-wachten: ze zijn allen sterk geglansd en kleur en patroon ko-men overeen met de nieuwe zijden stoffen, gechineerd, in nu-ances gestreept, gebloemd enz. De mercella’s met witten grond gestippeld of gebloemd of wel gestreept, terwijl hier en daar de strepen gebroken worden door een fijn bloempje, zijn voor jonge dames regt verkieslijke stoffen.
Voor goedkoope kleedjes noemde men ons een paar stoffen mohair en mozambique (de laatstgenoemde heeft veel over-eenkomst met het poil de chèvre). Die soorten zijn meestel zeer breed en daardoor zeer geschikt om japon en mantel van gelijke stof te maken, eene mode die steeds zeer gewild is.