De Gracieuse 1862 | Page 374

kleine basquine op de heup en naar achteren, waar zij in be-valligen vorm uitloopt; een krans van slingerplant (volubilis) omgeeft het geheel en het gewone bouquet op het lijf wordt vervangen door eenige kleine blaauwe vederen. Langs den hals is eene kant als berthe aangebragt – eene tweede kant eerst zeer versmald begint bij de opening langs de punt en omgeeft allengs breeder wordende de geheele basquine.

Korte moiré mouw.

De rok is van voren open en aan beide zijden opgenomen; zij is omgeven met een zelfden slinger, als die het lijf garneert en met eene kant die aan de opgenomen zijden eene touffe ve-deren omsluit.

Sortie de bal van rood cachemire met strepen goud galon bezet. Op dit kleedingstuk is een zwart kanten camail met kap vastgehecht. In het kapsel zijn roode struisvederen aangebragt. De wit taffen japon is met zwarte kanten gegarneerd.

86 HANDWERKEN EN MODES.