De Gracieuse 1862 | Page 361

Dit borduursel overtreft het gewone doorstoppen van het knoopwerk, daar het veel meer effect maakt en even goed geschikt is voor groote als voor kleine voorwerpen: hetzij voor antimacas-sers, gordijnen, altaarkleeden enz. Het kan ook naar kruissteekpatronen worden uitgevoerd, doch daarbij is eene bij-zondere behandeling in acht te nemen. Men werkt de kruisjes die op het pa-troon in regte rijen op elkander volgen, op het knoopwerk in schuinsche rig-ting, namelijk in de rigting van de elkander met de punt rakende geknoopte ruitjes; de op het patroon schuin op elkander volgende kruisjes, werkt men de regte rijen van het knoopwerk overlangs, en wel door eene geknoopte ruit over te

slaan; zoodat men tusschen twee ruiten welke men moet bewerken, altijd eene onbewerkt laat. Om dit alles duidelijker

te maken geven wij hier eenige afbeel-dingen. No. 1 is een klein tapisserie-patroon, een figuur dat uit 17 gevulde ruiten bestaat; No. 2 een stuk knoop-werk, waarop het figuur met stippen is aangeduid. De vergelijking dezer beide patronen, en de zoo even beschrevene verklaring zal voor onze lezeressen dui-delijk genoeg wezen om daaruit te zien op welke wijze tapisserie-patroon voor het relief-borduren te gebruiken zijn. De uitvoering van het werk, dat wij met de afbeeldingen No. 3 en 4 aan-toonen, geschiedt op de volgende wijze, terwijl men er een tapisserie-naald en dikke borduur- of doorstop-katoen voor gebruikt: men bevestigd de draad aan eene der geknoopte ruiten, steekt 5 of 6 maal over deze ruit heen, even als bij het dik-borduren, opdat de regelmatig naast elkander liggende steken de ruit geheel bedekken; werkt die ruit alsdan van buiten nog 2 maal om, waarbij men steeds in eene regte rigting, van den eenen hoek der ruit naar de andere gaat, en afwisselend eens onder en eens over twee draden heen-steekt. De hierdoor onstane moes, of

RELIEF BORDUURWERK IN KNOOPWERK.