De Gracieuse 1862 | Seite 348

60 HANDWERKEN EN MODES.

VEST VOOR DAMES.

(Plaat XX, fig. 19–23).

ken, 8 stokjes op de 10 stokjes; aan beide zijden blijft een stokje onbewerkt. Vervolgens 3 kettingsteken in den vijfden steek gestoken *. Herhaal van * tot *.

4de toer. 1 stokje *, 3 kettingsteken; 2 stokjes op het eerste stokje, 2 ket-tingsteken, 2 stokjes op het volgende stokje; dan 2 kettingsteken, 2 stokjes en 2 kettingsteken, 2 stokjes in de opening van de 2 kettingsteken tusschen de 4 stokjes in; 2 kettingsteken, 2 stokjes op het eerste van de twee laatste stok-jes, 2 kettingsteken, 2 stokjes op het tweede stokje; 3 kettingsteken, 6 stokjes op de 8 stokjes van den vorigen toer, zoo-dat er aan beide zijden weder een stokje onbewerkt blijft *. Herhaal van * tot *.

5de toer. 1 stokje *, 3 kettingsteken §, 2 stokjes, 2 kettingsteken en 2 stok-

Het vest dat wij hier geven is zeer ge-schikt om onder het beschrevene jaquatte gedragen te worden, het wordt van fluweel of casimir gemaakt, en is geheel gesloten om de taille. Dit vest kan ook zeer goed voor een lijf van een japon dienen, daar het geheel glad en gesloten is en de hals een goed fatsoen heeft, de mouwen kunnen dan naar goedvinden genomen worden.

Voor het vest wordt de rug ook van de bovenstof gesneden, doch zonder naad in het midden, en de stof moet regt van draad loopen. De kraag is opstaande en moet in het midden schuin loopen, zoodat daardoor van achteren een naad komt. Wanneer men de voe-ring en de bovenstof glad op elkander heeft geregen, naait men in de beide

jes in de eerste opening tusschen de 4 stokjes, 2 kettingsteken §, herhaal van § tot § nog twee maal tusschen de vol-gende 4 stokjes; bij de tweede herhaling werkt men 3 in plaats van 2 ketting-steken; dan, 4 stokjes op de volgende 6 stokjes *. Herhaal van * tot *.

6de toer. Als de vijfde toer, doch men haakt nu in plaats van 2 ketting-steken 4 kettingsteken; en 2 stokjes op de middelste van de 4 stokjes.

Men werkt nu aan de andere zijde van het opzetsel 1 toer vaste steken, dan werkt men nog 4 toeren met 5 ket-tingsteken en 1 vaste steek; de eerste toer werkt men 5 kettingsteken in den vijfden steek gestoken 1 vaste steek, en de volgende 3 toeren werkt men 5 ketting-steken en 1 vaste steek in de opening.

voorstukken de borstnaden a aan a tot b, en c aan c tot d, vervolgens k aan k tot j, g aan g tot h, en c aan c tot f, zoodat nu het vest ineen is. De inslagen worden tegen elkander genaaid en de naden worden plat gelegd en neêrgezoomd. Van voren als ook van onderen wordt een belegsel van 3 à 4 duim breed tegengelegd, dit belegsel moet schuin gesneden worden. Beide voorstukken zijn van knoopen en knoops-gaten voorzien, zooals op het patroon is aangeduid. De kraag wordt aan beide zijden van de bovenstof gemaakt, heeft van achteren een naad en wordt ver-volgens l aan l en m aan m op den uitgesneden hals van het vest gezet, het armsgat wordt met dezelfde stof omboord.