De Gracieuse 1862 | 页面 338

Het sokje wordt geheel met vaste steken gehaakt, maar men moet altijd de ach-terste in plaats van de voorste lus op-nemen.

2de toer. 1 kettingsteek, 5 vaste ste-ken, in den zesden steek 2 steken in één steek.

3de toer. 1 kettingsteek, 6 vaste ste-ken, in den zevenden steek 2 steken in één steek.

4de toer. 1 kettingsteek, 7 vaste ste-ken, in den achtsten steek 2 steken in één steek.

5de, 6de en 7de toer. 1 kettingsteek, 9 vaste steken.

8ste toer. 1 kettingsteek, 8 vaste ste-ken; de laatste steek blijft onbewerkt.

9de toer. 1 kettingsteek, 7 vaste ste-ken; de laatste steek blijft onbewerkt.

10de, 11de en 12de toer. 1 ketting-steek, 6 vaste steken.

13de toer. 1 kettingsteeek, 5 vaste ste-ken, in den zesden steek 2 steken in één steek.

14de toer. 1 kettingsteek, 6 vaste ste-ken, in den zevenden steek 2 steken in één steek.

15de toer. 1 kettingsteek, 7 vaste ste-ken, in den achtsten steek 2 steken in één steek.

16de, 17de en 18de toer. 1 ketting-steek, 9 vaste steken.

19de toer. 1 kettingsteek, 8 vaste ste-ken; de laatste steek blijft onbewerkt.

20ste toer. 1 kettingsteek, 7 vaste steken; de laatste steek blijft onbewerkt.

21ste toer. 1 kettingsteek, 6 vaste ste-ken, de laatste steek blijft onbewerkt. Nu is het zooltje af en men begint aan den voet.

Voor den voet zet men 6 steken op.

1ste toer. 1 vaste steek in den twee-

den steek gestoken, 5 vaste steken.

2de toer. 1 kettingsteek, 2 vaste ste-ken, in den volgenden steek 3 steken in één steek, dan 2 vaste steken.

3de toer. 1 kettingsteek, in den eersten steek 2 steken maken, dan 2 vaste ste-ken; in den volgenden steek 3 steken in één steek, vervolgens 2 vaste steken, en in den laatsten steek 2 steken in één steek.

4de toer. 1 kettingsteek, 5 vaste ste-ken, in den volgenden steek 3 steken in één steek, 5 vaste steken.

5de toer. 1 kettingsteek, 6 vaste ste-ken, in den volgenden steek 3 steken in éé steek, 6 vaste steken.

6de toer. 1 kettingsteek, 7 vaste ste-ken, in den volgenden steek 3 steken in één steek, 7 vaste steken.

7de toer. 1 kettingsteek, 2 vaste ste-ken in den eersten steek, dan 7 vaste steken, in den volgenden steek 3 steken in één steek, vervolgens 7 vaste steken, dan 2 vaste steken in den laatsten steek.

8ste toer. 1 kettingsteek, 10 vaste ste-ken, in den volgenden steek 3 steken in één steek, 10 vaste steken.

9de toer. 1 kettingsteken, 11 vaste ste-ken, in den volgenden steek 3 steken in één steek, 11 vaste steken.

10de toer. 1 kettingsteek, 12 vaste steken, in den volgenden steek 3 steken in één steek, 12 vaste steken.

11de toer. 1 kettingsteek, 13 vaste steken, in den volgenden steek 3 steken in één steek, 13 vaste steken.

12de toer. 1 kettingsteek, in den eer-sten steek 2 vaste steken, dan 13 vaste steken, in den volgenden steek 3 steken in één steek, vervolgens 13 vaste steken, dan weder in den laatsten steek 2 vaste steken.

50 HANDWERKEN EN MODES.