De Gracieuse 1862 | Page 319

Solferino en grijze sephirwol. Haak-naald No. 20.

Voor deze mouw worden twee ver-schillende steken gebezigd; namelijk de dubbele steek en de golfsteek.

De dubbele steek wordt met gewone kettingsteken opgezet; bij den eersten toer worden, even als bij den Tunischen steek, van de regter naar de linkerhand de steken opgenomen. In den volgenden toer, die van den linker naar den regter-hand gewerkt wordt, werkt men 2 ste-ken te gelijk van den naald af en haakt dan telkens 2 kettingsteken tusschen elke twee steken welke men van den naald af werkt, in. In het vervolg werkt men met het opnemen der steken de toer aldus: men steekt de haaknaald in de opening der twee kettingsteken en werkt 1 steek op de naald, steekt dan tusschen de twee te gelijk afgewerkte steken in en werkt weder 1 steek op de naald, zoo wordt de geheele toer afgewerkt. Daar de dubbele steek, wanneer men bij het beginnen der toeren niet oplet, - door bij den eenen toer de eerste steek op te nemen tusschen twee steken in, en bij den anderen toer de eerste steek op te nemen in de openeing der twee kettingste-ken, - schuins werkt, zoude hierdoor de naad van den mouw geheel gedraaid zijn.

Bij de golfsteek is het opzetten en de beide eerste toeren als de Tunische steek. De volgende toer neemt men die

steek of lus welke men bij de gewone Tunische steek vooraan opneemt, nu van achteren op en werkt 1 steek op de naald; de nu volgende toer wordt als de gewone Tunische steek afgewerkt.

(De golfsteek wordt bij deze mouw met dubbele wol gewerkt.) De dubbele steek wordt met grijs en de golfsteek met Solferino gewerkt.

Voor deze mouw zet men 98 steken (dus 14 toeren, daar wij reeds vroeger gezegd hebben de twee toeren als een te beschrijven) met de dubbele steek op en werkt 7 toeren, 3 toeren golf-steek, 6 toeren dubbele steek, 3 toeren golfsteek, 6 toeren dubbele steek, 3 toe-ren golfsteek; dan 32 dubbele steek; vervolgens 3 toeren golfsteek, doch met de eerste toer der golfsteek moet men de helft der steken opnemen, zoodat men dan alleen maar in de opening der kettingsteken, de steken op de naald werkt. Door deze drie laatste toeren is het boordje van boven aan de mouw gewerkt.

Voor het boordje van onderen aan de mouw, zet men de wijdte van den pols op en werkt 6 toeren met de golf-steek.

Daarna naait men de mouw digt, haalt haar van onderen in door in elke steek van het opzetsel een steek op te nemen, en zet er het boortje aan, de mouw wordt van onderen door een knoopje en lusje vastgemaakt.

HANDWERKEN EN MODES. 31

MOUW VOOR DAMES.

(Haakwerk). (Plaat IX, fig. 2).