om 1 n. regt, aan het einde 1 steek op-zetten; 1 n. regt, men knipt de draad af; 4 n. regt met de witte wol; 4 n. regt met de lichtste schak.; 4 n. regt met de derde schak.; 4 n. regt met de tweede schak.; 4 n. regt met de don-kerste schak.; 6 n. regt met de zwarte wol; 4 n. regt met de donkerste schak.; 4 n. regt met de tweede schak.; 4 n. regt met de derde schak.; 4 n. regt met de lichtste schak.; 4 n. regt met de witte wol; lichtste schak. 1 n. regt, een steek afkanten verder de n. regt; 1 n. regt; een steek afkanten verder de n. regt.
Dan heeft men van voren de voet af, en begint de andere zijde van den hiel, de lange naald wordt nu niet mede gebreidt. Met de derde schak. breidt men nu de 30 steken van de korte n. regt; 1 steek afkanten 28 ste-ken regt; keert het werk om, dan 1 n. regt; 1 steek afkanten 27 steken regt.
Tweede schak. 1 n. regt; 2 steken afkanten, 25 steken regt; 1 n. regt; 2 steken afkanten, 23 steken regt.
Donkerste schak. 1 n. regt; 2 ste- ken afkanten, 21 steken regt; 1 n. regt; 2 steken afkanten, 19 steken regt.
Zwart. 1 n. regt; 2 steken afkan- ten, 17 steken regt; 1 n. regt; 2 ste- ken afkanten, 15 steken regt; 1 n. regt; 4 steken afkanten, 11 steken regt.
Donkerste schak. 1 n. regt; 2 ste- ken afkanten, 10 steken regt; 1 n. regt; 1 steek afkanten, 9 steken regt; nu kant men de 10 steken van de korte n. af en hiermede is de andere zijde van den hiel gewerkt.
Vervolgens knoopt men aan de lange n. de derde schak. aan, breidt de n. regt uit, zoodat men nu aan den hiel gekomen is, dan neemt men de lussen op, waardoor men 15 steken verkrij-gen moet; dit gedaan zijnde zullen er weder 112 steken op den n. wezen, dan breidt men nog 3 n. regt met de-zelfde schak.; tweede schak. 4 n. regt; donkerste schak. 4 n. regt; zwart 6 n. regt; donkerste schak. 4 n. regt; tweede schak. 4 n. regt; derde schak. 4 n. regt; lichtste schak. 4 n. regt; wit 4 n. regt. Nu is men aan de mindering van het been gekomen en werkt aldus: Lichtste schak. Men breidt 78 steken regt, keert het werk om, haalt de eerste steek af en breidt verder de n. regt uit, keert het werk om, breidt dan 72 steken en keert weder het werk om, haalt den eerste steek weder af en breidt de naald uit.
Derde schak. 66 steken regt, keert her werk om; 1 n. regt; 62 steken regt, keert het werk om; 1 n. regt.
Tweede schak. 58 steken regt, keert het werk om; 1 n. regt; 55 steken regt, keert het werk om; 1 n. regt.
Donkerste schak. 52 steken regt, keert het werk om; 1 n. regt; 49 steken regt, keert het werk om; 1 n. regt.
Zwart 47 steken regt, keert het werk om; 1 n. regt, 45 steken regt, keert het werk om; 1 n. regt, 43 steken regt, keert het werk om; 1 n. regt, 44 steken regt, keert het werk om; 1 n. regt, 46 steken regt, keert het werk om; 1 n. regt, 48 steken regt, keert het werk om; 1 n. regt.
Donkerste schak. 50 steken regt, keert het werk om; 1 n. regt, 53 ste- ken regt, keert het werk om; 1 n. regt.
24 HANDWERKEN EN MODES.