De Gracieuse 1862 | Page 308

6 steken regt, 2 steken averegt afhalen en de laatste steek regt breijen. De 35 ste-ken aan de eene zijde en de 19 steken aan de andere zijde, worden bij alle volgende toeren voor den rand gebruikte en met ribben voortgebreidt, daar de 78 steken welke men regt gebreidt heeft, altijd tot den grond behooren.

Nu breidt men de 78 steken van den grond averegts en begint bij de daarna volgende toer het patroon genaamd de “piqué-steek”, aldus:

1 steek averegts afhalen, de draad vóór de naald laten liggen, 1 steek ave-regts breijen, zoo vervolgt men de 78 steken.

Bij de volgende toer (de verkeerde zijde van het werk) worden de steken alle averegts gebreidt. Men herhaalt telkens deze twee toeren, doch zorge dat aan de regter zijde van het werk de steek welke in de vorige toer afge-haald is nu gebreidt, en die welke ge-breidt is nu afgehaald wordt, zoodat bij elke toer aan de regterzijde de draad die voor de steek ligt, verspringt. Na elf maal het piqué patroon herhaalt te hebben heeft men van het begin van den grond af 26 toeren, dan is men aan de punt van het middenfiguur, dat even als de rand met verhevene en diepliggende ribben gebreidt wordt, met dit onderscheid: dat de twee ste-ken welke men voor de diepliggende streep afhaalt, niet in dezelfde rigting blijven maar regelmatif verspringen moeten.

Men breidt bij den 27sten toer van den grond de 10 middelste steken ave-regts, doch het piqué patroon van den grond wordt steeds voortgebreid. Bij den 28sten toer breidt men diezelfde 10

steken regt, bij den 29sten toer ave- regts en bij den 30sten toer weder regt; hiermede heeft men de eerste en kortste verhevene streep van het middenfiguur af. Nu volgt weder de diepliggende streep, bij welke de twee eersten en de twee laatsten der 10 steken worden afgehaald. De volgende verhevene streep breidt men aan beide zijden der 10 steken 4 steken meer, zoodat er nu 18 steken zijn; de daarop volgende diep liggende streep haalt men driemaal de 2 steken af, bij de twee eersten, de twee middelsten en de twee laatsten der 18 steken van het middenfiguur, zoodat men nu twee diep-liggende vakjes heeft.

Zoo werkt men voort, telkens bij elke verhevene streep aan beide zijden 4 ste-ken meer nemende, totdat de dieplig-gende streep 6 vakjes heeft. Dan is de ruit op hare breedte en moet even als zij elke streep met 4 steken is ver-breedt, nu weder met 4 steken aan elke zijde afgenomen worden. Het piqué pa-troon wordt daarna, even als aan het begin 12 maal herhaalt over de geheele breedte van den grond. Dan volgen er nog 2 toeren zonder het piqué patroon zijnde 1 regt en 1 averegt, waarmede de uit is afgewerkt. Vervolgens breidt men weder de geheele naald het patroon van den rand tot dat men 6 strepen of ribben heeft; daarna weder het piqué patroon met het figuur in het midden en zoo vervolgens beurtelings de rand en het figuur totdat men de lengte van de deken heeft, doch men moet altijd ein-digen met de 6 ribben, daar de deken geheel in het vierkant de geribde rand moet hebben. Voor de strepen welke in het midden van de deken zijn, zet men 116 steken op, omdat de rand aan beide

20 HANDWERKEN EN MODES.