De Gracieuse 1862 | Page 293

Om dit patroon goed te doen uitko-men werkt men het met twee afste-kende kleuren. Het patroon dat uit één toer bestaat, haakt men van de regter naar de linkerhand met dubbele wol en de grove haaknaald zonder knop. Het volgende patroon, dat uit twee toeren bestaat, wordt met de fijne haaknaald en met enkele wol gewerkt. De eerste toer van het tweede patroon werkt men even als bij het breijen met twee naalden, van de regter naar de linkerhand.

Om het onze lezeressen duidelijk te maken hebben wij hiervan twee afbeel-dingen doen vervaardigen: de eene zoo-als de steek zich voordoet wanneer zij afgewerkt is en de andere zooals zij bewerkt wordt.

1ste toer. Wanneer men met de blaauwe wol heeft opgezet laat men de draad hangen, begint met de dubbele witte wol en de haaknaal zonder knop en werkt de gewone Tunische steek; wanneer de toer geëindigd is knipt men de witte wol af.

2de toer. Men neemt de enkele blaauwe

Pantser steek.

Roode en zwarte Castor wol, haak-naald zonder knop No. 24, 1) haak- naald met knop No. 20.

1) Wij achten het niet overbodig onze lezeressen opmerkzaam te maken dat wij de welbekende Naaldemaat van Aglaja gebruiken bij het vermelden van de grofte van alle soorten van naalden.

draad, steekt aan de achterzijde de steek in zoodat die gekruist ligt en haalt de blaauwe draad door, gelijk de afbeeling aanduidt. Zoo de geheele toer.

Men moet altijd aan het begin van den tweeden toer een steek minderen en aan het einde een steek meerderen, daar het patroon wanneer men dit niet doet, schuins werkt.

3de toer. Met de blaauwe wol een toer gelijk aan den tweeden toer van den gewonen Tunischen steek. Men laat de blaauwe wol hangen.

4de toer. Nu neemt men weder de dubbele witte wol en de haaknaald zon-der knop, en werkt van de regter naar de linker zijde, terwijl men in de ope-ningen welke zich vóór en achter den loodregten steek van den vorigen toer bevinden een steek werkt dien men op de naald houdt (zie de afbeelding).

5de toer. Als de tweede toer.

6de toer. Als de derde toer.

7de toer. Als de vierde toer. Herhaal vervolgens de 2de, 3de en 4de toer.

Blad.

Men zet 12 steken op met roode wol en laat de draad hangen.

1ste toer. Met dubbele zwarte wol en de haaknaald zonder knop werkt men 12 Tunische steken langs de ketting en knipt de zwarte wol af.

2de toer. Men neemt de enkele roode draad en de haaknaal met knop en

HANDWERKEN EN MODES. 5

EEN VOETZAK.

(Haakwerk). (Plaat II, Fig. 1).