BARBARA UTTMANN. 273
dat in 1568 eene in het Ertsgebergte uitgebrokene pest te Annaberg alleen reeds 800 kantklossters wegrapen kon, hoe- wel men eerst in 1561 begonnen was met: “kragen, lubben en manchetten te maken.” Van Annaberg uit ging de kunst naar de naburige bergsteden over, en weldra werd zij als een voorregt der steden beschouwd, zoodat dorpbewoners, die haar wilden uitoefenen, volgens eene verordening van het jaar 1609 eene belasting onder den naam van klosgeld moesten betalen.
In de zestiende eeuw klom het getal der kantklossters in het Ertsgebergte tot 10000; ongeveer 20 jaar geleden bedroeg het 50000, waarbij in den winter nog 20000 buitengewone arbei- ders kwamen. De verdienste nam natuurlijk met de meerdere produktie af. Terwijl in vorige tijden eene vlugge klosster wel 10 gute groschen, ongeveer 60 cents daags, verdienen konde, eene voor die dagen zeer groote som, brengt de beste werkster, al gunt zij zich van den morgen tot den avond geen oogenblik rust, het tegenwoordig ten hoogste op zes nieuwe grosschen, ja in bijzonder slechte jaren verdient zij nog minder, zoodat de grootste vlijt de armoede niet buiten de kleine hut kan houden. De machinale kanten, die sedert 1809 in Engeland gemaakt worden, deden – gelijk overal waar eerst de machine in strijd treedt met handenwerk – de kanten met handen gemaakt ver beneden de waarde dalen, en de Ertsbergers moesten met de machine in het strijdpark treden. Zij deden het echter niet op de regte wijze, want in plaats van door beter en fraaijer werk trachtten zij door goedkoopheid met de nottinghamer bobinet-machine te wedijveren, en dat dit niet de regte weg is, spreekt van zelf.
BARBARA UTTMANN schijnt haar zegenrijk leven in vrede en eere geëindigd te hebben. Op de geelkoperen plaat die voorheen haar graf dekte, leest men:
1575 Jar. den 14 Januarii ist die erbare und erentugendsame frau BARBARA UTTMANN, des erenfesten herrn CHRISTOPH UTT- MANNS hinterlasfene Wittfrau in Gott seligin entschlafen, deren Selen Gott der Herr guad.
Jres Alters LXI jar, hat erlebt LXIV Kinder und Kinder- hinder.