Digital publication | Page 74

DE HOMOGEMEENSCHAP MOET ZELF OOK IN DE SPIEGEL KIJKEN

Als blijkt dat de homo-acceptatie onder jongeren afneemt, ontstaat er direct een debat over islamitische en andere conservatieve oorzaken hiervan. Dat is begrijpelijk, maar de homogemeenschap moet ook naar zichzelf kijken, bepleit politicoloog RAYMOND MENS.

In Den Haag en bij tal van belangenorganisaties gingen vorige week alle alarmbellen af: een onderzoek van onderzoeksinstituut Trimbos en de Universiteit Utrecht constateerde dat de acceptatie van homo’s onder jongeren snel afneemt.

Sindsdien woedt het debat over hoe dit komt en hoe we deze ontwikkeling terugdraaien. Opvallend genoeg kijkt de homogemeenschap hierbij niet of nauwelijks naar zichzelf, terwijl er voldoende redenen voor zelfreflectie te bedenken zijn.

Pubers zijn per definitie zoekende. Wie ben ik? Wie vind ik leuk? Je gunt iedereen dat deze soms ongemakkelijke ontdekkingsreis zonder druk van buitenaf plaats kan vinden. Dat allerlei acties niet ieder kind helpen, wordt in het goedbedoelde enthousiasme vaak vergeten.

BLOTE BOTENPARADE

Toen ik er in de jaren negentig achter kwam dat ik anders was dan anderen, bevorderde de jaarlijkse blote botenparade door de grachten van onze hoofdstad nou niet bepaald mijn zelfacceptatie. André van Duin bleek in die jaren een grotere steunpilaar – de grootste en meest geliefde artiest van ons land was openlijk homoseksueel, maar liep er niet mee te koop.

De huidige generatie jongeren groeit met tal van emancipatie-acties op. Zo is er Paarse Vrijdag, waarbij leerlingen met paarse kledingstukken hun steun aan inclusiviteit en diversiteit kunnen uitspreken.

REGENBOOGTRAP

Ook zijn er scholen die met regenboogpaden en vlaggen hun steun willen uitstralen. Wat in deze acties lijkt te missen, is het besef dat niet iedere jongere zijn seksuele ontdekkingsreis open wil beleven. Als ik vroeger over een regenboogtrap naar de biologieles moest, zou ik thuisgebleven zijn. Dan had ik de les over de bloemetjes en de bijtjes moeten missen.

De LHBTIQ+-verzamelbak die onder meer lesbiennes, homoseksuelen, transgenders en panseksuele medemensen moet verenigen, zorgt er ongewild voor dat jongeren niet zozeer zichzelf leren te accepteren, maar dat groepsdenken wordt aangeleerd.

Jongeren die dat doen, komen er later overigens achter dat deze groep helemaal niet zo respectvol is als vaak gepredikt.

Wie afwijkt, wordt ook binnen deze gemeenschap te vaak geconfronteerd met racisme.

Diverse Amerikaanse onderzoeken spreken de afgelopen jaren hun zorg uit over teksten als ’alleen blanken’ of ’geen Aziaten’ op speciale voor deze groep gemaakte dating-apps. Wellicht zou het aanpakken van deze discriminatie een hogere prioriteit moeten hebben dan demonstreren voor de veelal homodiscriminerende bevolking in Gaza.

Dat de homogemeenschap in de spiegel moet kijken daar waar het de eigen acceptatie betreft, is geen ontkenning van islamitische, christelijke of andere conservatieve denkbeelden die, mede dankzij immigratie en de sociale media, hoogtij vieren.

Het is simpelweg de erkenning dat wie niet in de spiegel kijkt, niet openstaat voor alle mogelijke problemen en oplossingen.

In zijn lied Anders dan anderen (1999) zingt André van Duin: ’Ik schaam me niet, maar schreeuw het ook niet van de daken.’ Dat klinkt de huidige gemeenschap ongetwijfeld ouderwets in de oren. Maar hoewel homo-acceptatie vroeger niet altijd bovenaan de schoolagenda stond, was het hier lang niet altijd slechter mee gesteld dan nu.