VAN TERRAS NAAR TIJDLOOS: HET LAATSTE LIED VAN AAD KLARIS
'DE BALLENTENT'
Op 9 juli 2025 werd hij 86 jaar. Een dag later stond hij in zijn huisstudio in Rotterdam-Ommoord achter de microfoon. Alsof hij wist dat timing alles is in het leven en zeker in de muziek.
Het was 10 juli toen Aad Klaris zijn ode aan zijn geliefde stamkroeg inzong: het Ballentent-lied. Geen vluchtige grap of carnavalskraker, maar een warm, Rotterdams eerbetoon aan een plek die voor hem voelde als een tweede huiskamer: De Ballentent in het Scheepvaartkwartier. Daar zat hij, 3 tot 4 keer per week. Op het terras, borreltje in de hand, een dampende bal gehakt voor zich, turend naar de schepen die traag over de Maas voorbij varen. Voor Aad was het geen eetcafé, het was een levensgevoel.
MUZIEK TOT DE LAATSTE NOOT
Veertien dagen verbleef hij in het ziekenhuis. In die tijd sprak hij met zijn enige dochter Jacqueline en met zijn trouwe muziekvriend en producer Melchior Rietveldt. Melchior had hem die ochtend begeleid bij de opname en zou het nummer later ( terwijl Aad in het ziekenhuis lag ) verder mixen en muzikaal inkleuren.
AAD MOCHT HET EINDRESULTAAT NOG HOREN
Pietje-Precies dat hij was, het nakijken en verbeteren van de tekst, de kleine puntjes op de i. Een nuance in timing. Een ademhaling anders. Een woord nét iets scherper. Pas toen was het goed. Zijn wens? Dat het lied ‘De Ballentent’ zou worden uitgebracht. Dat het hem nog één keer een ‘knaller’ zou opleveren, zoals eerder in zijn leven met klassiekers als ‘Het Is Moeilijk Bescheiden Te Blijven’, ‘Vuile Huichelaar’, ‘Keetje Tippel’ en als zijn alter ego Lodewijck van Avezaath met ‘Verrek Zeg Kerel Ben Jij Het’. Aad wist wat een publieksmoment was. En hij wilde nog één keer voelen hoe zijn muziek mensen samenbracht.
EEN VERJAARDAGSTRAKTATIE DIE ANDERS VERLIEP
Na de opnames die ochtend stapte Aad rond het middaguur op zijn scootmobiel. Hij had een missie: het personeel van De Ballentent trakteren voor zijn 86e verjaardag van de dag ervoor. De rit van Ommoord naar het Scheepvaartkwartier (een kleine 40 minuten) kende hij uit zijn hoofd.
MAAR IN HET KRALINGSE BOS GING HET MIS
Vier jonge fietsers kwamen hem tegemoet. Galant als altijd week hij uit. Hij zag het betonnen blok in de berm niet. De scootmobiel kantelde. De val was hard.
Met een gebroken heup werd hij een dag later geopereerd. De pijn was hevig, mogelijk was ook een rugwervel beschadigd. Maar wat hem het meest typeerde, was zijn houding: helder, nuchter, in vrede. Hij vond dat het mooi was geweest. Hij had een prachtig, compleet leven gehad. Zijn dromen nagejaagd. Successen gekend. Hij was dankbaar. En toch, er was nog één wens.
Tekst - foto's: Jim Hoogendorp